Koninklijke Gidsenbond

Brugge en West-Vlaanderen

Kroniek van de Gidsenbond (2)


Praktische organisatie (1926-1929)

1926

Statuten

Op 26 maart wordt niet alleen een eerste bestuur verkozen maar dezelfde dag nog worden de statuten van de jonge vereniging goedgekeurd. Het is klaar dat tussen het verwerven van de eerste diploma's en de stichtingsvergadering heel wat voorbereidend werk is verricht. De standregels die op dat ogenblik nog geen juridisch karakter hebben, bepalen in essentie het doel en de werking van de vereniging, de soorten leden en de financiële middelen

Het is opmerkelijk dat de founding fathers het eigenlijke gidsen onder de rubriek Middelen en Werking onderbrengen alsof het een ondergeschikte doelstelling gold. Belangrijk ook is de passus onder de rubriek Leden waarin bepaald wordt dat de algemene vergadering van de werkende leden beslist over de aanvaarding en de eventuele uitsluiting van de leden. In de praktijk zal het bestuur hierover beslissen, waardoor de narigheden van de jaren zestig hier reeds in de kiem aanwezig zijn.

Het toetredingsgeld evenals het jaarlijks lidgeld bedraagt 10 F


Aan de slag

Na enkele laatste raadgevingen, verstrekt door Michiel English die aanmaant tot voortdurend studeren opdat onze kennis niet enkel een laag vernis weze , werpen de eerste gidsen zich in het water. Op 13 juni immers komen 500 Hollanders Brugge bezoeken. De aanduiding van de gegadigden gebeurt op 20 mei. 17 gidsen zullen de spits afbijten na nog een ultieme briefing te hebben meegekregen op 8 juni. Daarmee is het startschot gegeven en vele honderden zullen in het kielzog van de pioniers Brugge s roem uitbazuinen. Alles samen vinden dat jaar 42 rondleidingen plaats en het tarief is 30 F voor groepen van minder dan 10 personen ; voor groepen van méér dan 10 personen wordt 3 F per persoon aangerekend. Van deze bedragen spijst 10% de Bondskas, terwijl 10% wordt afgedragen aan het Stedelijk Inlichtingsbureel, de voorloper van de Dienst voor Toerisme. Dit stedelijk orgaan centraliseert alle aanvragen voor gidsen. De Gidsenbond zal nog lange jaren zonder eigen secretariaat functioneren en zal voor zijn vergaderingen en diverse plechtigheden meerdere omzwervingen maken in horecazaken en andere gastvrije oorden zoals de Gilde en het Middenstandshuis aan de Garenmarkt ,17.


Tweede cursus

Ofschoon de bescheiden resultaten van de beginfase geen aanleiding waren om het gidsenbestand uit te breiden, wordt eind 1926 een tweede leergang opgestart met 51 deelnemers en 20 reeds gediplomeerde gidsen die er blijkbaar niet genoeg van kregen en nogmaals freewheelend meedoen. Opnieuw zijn de cursisten nagenoeg uitsluitend leerkrachten. Is de jaarlijkse vergoeding die aan het diploma vast hangt dan toch de wortel voor de neus ?

De examencommissie is als volgt samengesteld: voorzitter: A. Laes, afgevaardigde van de Minister van Kunsten en Wetenschappen, adjunct-conservator bij het Koninklijk Museum van Schone Kunsten van België.
leden: P. Allossery, bestuurder Zusters van Liefde, M. English, ceremoniemeester hoofdkerk Brugge, A. Marien, kantonaal schoolopziener Brugge, L. Perquy, ere-hoofdingenieur Brugge, J. Verbeke, bouwkundig ingenieur Brugge.

Om te slagen moeten de examinandi 50% halen op ieder vak en 65% in het totaal. De examens vinden plaats in het lokaal van de Christen Werklieden ; de schriftelijke op 27 december 1927, de mondelinge op 6 januari 1928.

Aan 20 kandidaten wordt op 29 januari 1928 het diploma uitgereikt in de feestzaal van het Sint-Lodewijkscollege aan de Dweersstraat.

Bleyaert Bertha, onderwijzeres
Bossier Walter, handelaar
Cafmeyer Alice, onderwijzeres
Cafmeyer Clara, onderwijzeres
De Boodt René, onderwijzer
De Waey Jozef, onderwijzer
Dierckx Jan, regent
Ducheyne Leopold, onderwijzer
Duprez Juliaan, onderwijzer
Esther Rachel, onderwijzeres
Gobert Raymond, onderwijzer
Hernou Jozef, onderwijzer
Medaer Odile, onderwijzeres
Matthijs Juliaan, regent
Pharazijn Beatrice, onderwijzeres
Pirard Lydie, onderwijzeres
Priem Raphaël, onderwijzer
Vandenberghe Rudolf, onderwijzer
Vermeulen Antoon, onderwijzer, laureaat
Wildemeersch Alfons, onderwijzer

Walter Bossier is de vreemde eend in de onderwijzersbijt !

1927 - 1929

De periode die volgt op het bewogen stichtingsjaar wordt gekenmerkt door de gestage inspanningen om naambekendheid te verwerven: propaganda en publiciteit zijn aan de orde. Op de algemene vergadering van 15 februari 1927 wordt de strategie uitgetekend:
- binnendringen in de werking van het Stedelijk Inlichtingsbureel ;
- profiteren van de publiciteit gevoerd door andere Brugse Verenigingen o.m. de Klokkenspelvereniging ;
- publiciteit via de Bank van Handel en Nijverheid en allerlei lokale en nationale tijdschriften, o.m. het orgaan van de VTB ;
- publiciteit bij hotels, restaurants, autocarbedrijven en reisagentschappen.


Deze ambitieuze plannen krijgen weldra vorm en reeds vanaf mei 1927 heeft de vereniging een vaste stek in de Hallen, hoek Wollestraat, waar het Stedelijk Inlichtingsbureel gevestigd is, open in 't seizoen tussen 1 maart en 31 oktober. In die tijd wordt ook een eigen bibliotheek gesticht met als eerste verantwoordelijke Martha Cafmeyer die de opleiding van bibliothecaris had gevolgd. Ook de permanente bijscholing van de leden krijgt aandacht door het organiseren van voordrachten en uitstappen. Een heikel punt dat toen reeds de kop opstak was het bepalen van de houding tegenover magazijnen, die een percent willen afstaan aan de heren gidsen die vreemdelingen naar hunne winkels brengen. De pragmatische voorzitter laakt die praktijk maar houdt een opportunistisch deurtje open door te stellen dat dergelijke toevallige extraatjes de bon droit in de Bondskas moeten belanden

Het jaar 1927 wordt afgerond met 80 rondleidingen en er is 800 F in kas, al dan niet gedeeltelijk frauduleus gestijfd.

Met spijt wordt afscheid genomen van Martha Cafmeyer die na enkele maanden de embryonale bibliotheek voor bekeken houdt en het kloosterkleed aantrekt. Jozef Florin is haar opvolger.

In 1928 worden de nieuwe gidsen verwelkomd onder wie Raphaël Priem de latere secretaris en voorzitter. De wintervoordrachten worden verzorgd door eigen leden aangevuld door vaste waarden zoals Paul Allossery die bovendien in vele vergaderingen als gewaardeerd adviseur aangehoord wordt. Het gidsentarief wordt bijgestuurd: 30 F voor 2 uur ; 15 F voor ieder supplementair uur met een plafond van 80 F. December wordt opgevrolijkt met een gezellig samenzijn dat tot na W.O. II een traditionele jaarlijkse happening zal blijven en o.m. gedurende de oorlogsjaren het morele pepmiddel bij uitstek zal blijken om er de moed in te houden.

Op 2 februari 1929 treedt een nieuwe schrijver aan: Polydoor Boute neemt de ganzenveer van Cesar Meire over en diens wijdlopig proza wordt ook vervangen door beknopte, leesbare notulen. Dat jaar neemt het bestuur de belangrijke beslissing een officiële gids voor Brugge en omstreken uit te geven wat het klapstuk zal zijn van het jaar 1930.



Home - Sitemap - made by Nikos Verschore