|
|
Kroniek van de Gidsenbond (4)
De Gidsenbond tijdens WOII (1940-1945) Net voor op 10 mei 1940 ons land door Duitsland overrompeld wordt betrekt de Gidsenbond zijn nieuw lokaal. In het vertrouwde pand van de Middenstand aan de Garenmarkt wordt op 10 februari een laatste voordracht gehouden verzorgd door Eg. Strubbe: Heksenprocessen in de 17de eeuw . (Vijf jaar later zal deze praktijk op grote schaal hernomen worden!). Op 17 februari wordt dan 't Keerske officieel in gebruik genomen, op democratische manier gezien de tijdsomstandigheden rapporteert de secretaris. Tot de onschuldige vermakelijkheden die de avond vullen behoren toptafel, trou madam en vogelpik. Vanaf het uitbreken van de oorlog zal de vereniging zich goedschiks of kwaadschiks aanpassen aan de dramatische situatie. In de eerste meidagen worden vluchtelingen in Brugge opgevangen en 70 ervan worden in 't Keerske ondergebracht waar ze van de Gidsenbond kolen en bier ontvangen. Gedurende de 18-daagse Veldtocht verzorgt de vereniging 22 rondleidingen voor Belgische soldaten en vanaf de capitulatie 17 verplichte bezoeken voor Duitse militairen. Het openbare leven in Brugge is onderworpen aan de controle en de censuur van de bezetter, zo ook de voordrachten en uitgaven van de Gidsenbond. Alle allusies op politieke kwesties zijn bij de voordrachten streng verboden. Meerdere malen worden op autoritaire wijze gidsen opgevorderd om Duitse militairen in de stad rond te leiden. Wanneer de vergoeding van deze prestaties uitblijft maakt de Bond, voor alle duidelijkheid in het Duits, zijn tarieven kenbaar aan het stadsbestuur en de Stadtkommandantur die ze goedkeuren. Wie niet waagt niet wint ! Op geen enkel ogenblik van de bezetting heeft het bestuur zich laten verleiden tot enige vorm van collaboratie met de bezetter of het stadsbestuur. Alle verdedigingsmechanismen die verdrukte volken in de loop der eeuwen ontwikkelden komen ook hier aan bod: vertragen, ontwijken, besmuikt dwarsliggen, voorgewende onwetendheid en somtijds ronduit weigering. De geest van Uilenspiegel herleeft. Wanneer het stadsbestuur in november 1940 vraagt om aan te sluiten bij de culturele vereniging Volk en Kunst verzoekt het bondsbestuur om bedenktijd. Het uitstel is afstel geworden. Minder fortuinlijk is het de vereniging vergaan wanneer in 1943 oorlogsburgemeester J. Devroe de Gidsenbond uitnodigt om lid te worden van de Stedelijke Cultuurcommissie. Niet alleen is de voorzitter van de Gidsenbond afwezig op de stichtingsvergadering maar hij laat de burgemeester ongezouten weten dat zijn vereniging niet wenst mee te werken aan de cultuurcommissie. Dit was in de ogen van het oorlogskabinet een zet te veel. Op 20 mei 43 wordt de Gidsenbond verzocht 't Keerske tegen 1 juli te ontruimen, lokaal dat ter beschikking wordt gesteld van inschikkelijker verenigingen , lid van de cultuurcommissie. Men moet zich realiseren wat een dergelijke onverschrokken houding inhield in het sombere oorlogsjaar 1943 toen de ster van het tot dan toe onoverwinnelijke NAZI-Duitsland begon te tanen: in januari gaf het 6de Duitse leger zich in Stalingrad over; in mei capituleerden de laatste Duits-Italiaanse troepen in Noord-Afrika; in juli landden de geallieerden op Sicilië. Niet alleen in Duitsland maar ook in de bezette gebieden nam de zenuwachtigheid toe: deportaties, verplichte tewerkstelling in Duitsland en willekeurige arrestaties zijn schering en inslag. Personen en verenigingen die zich niet bekeerd, hebben tot de Nieuwe Orde-organisaties zijn verdacht en het is wijs zich in deze hachelijke omstandigheden onopgemerkt en gedeisd te houden. Met dit precaire tijdsbeeld voor ogen getuigt de door de Gidsenbond gevolgde koers van een verbazende dosis moed. Terwijl de rondleidingen in Brugge zich beperken tot deze die door de bezetter worden opgelegd, kwijt de vereniging zich van de routinetaken: maandelijkse bestuursvergadering, jaarlijkse algemene vergadering met beperkt aantal deelnemers, periodieke voordrachten. De enkele uitstapjes gaan naar het Brugs ommeland en gezellige onderonsjes in het nieuw lokaal zorgen voor enig karig vertier. Ondanks de papierschaarste en het vereiste voorafgaande imprimatur van de Duitse autoriteit, publiceert de Gidsenbond gedurende de oorlogsjaren enkele werken en verzorgt in 1941 de prestigieuze heruitgave van de beroemde plattegrond van Marcus Gerards uit 1562. De immer bedrijvige adjunct-archivaris J. De Smet bezorgt een werkje over de Vlaamse en de Duitse Hanze , Het dagelijks leven in het middeleeuwse Brugge en de Toponomie van Meetkerke , terwijl A. Schouteet een levensschets van Marcus Gerards laat verschijnen. De bibliotheek, die nu 492 werken telt, is in het Keerske ondergebracht en R. Priem, secretaris van het Museum voor Kunstnijverheid, dat eveneens in 't Keerske huist stelt zich vrijwillig beschikbaar voor de uitleendienst, de maandag en de donderdag van 18 tot 20 uur, de zondag tussen 10 en 12. Het aantal rondleidingen loopt in 1941 terug tot 9 waarvan 8 in het Duits en valt op 0 in 1942. De Stadtkommandant had in 1941 eigengereide vergoeding van de rondleidingen op 5 Reichsmark vastgelegd, ongeacht de duur ! De gedwongen ontruiming van het lokaal gebeurt op 9 juni 1943. De meubelen en andere huisraad worden met paard en kar verhuisd naar de woning van een zekere Devriese, terwijl de bibliotheek, de kachels en de kostbare kolen onderdak vinden in het Rijksarchief dank zij de bemiddeling van J. De Smet. In arren moede wordt voor de reünies opnieuw vergaderd in het Middenstandshuis of in de woonst van een der bestuursleden. In september van hetzelfde jaar overlijdt Paul Allossery, de steun en toeverlaat van het eerste uur. De secretaris noteert teneergeslagen: 1943 is het beroerdste jaar uit de geschiedenis van de Gidsenbond . Op 12 september 1944 is Brugge bevrijd. De voorzitter vraagt meteen aan het stadsbestuur om opnieuw 't Keerske te mogen betrekken wat ingewilligd wordt. Het verloederde interieur krijgt een opknapbeurt en op 2 december vindt in het vertrouwde milieu het gezellig samenzijn van de vereniging plaats met pannenkoeken en echte koffie. In 1945 wordt gestart met de 5de cursus voor stadsgids met een nooit gezien aantal deelnemers. De veerkracht van de twintigjarige Gidsenbond is niet gebroken. |